Belastingen : komen personeelsleden van de onderneming in aanmerking voor de GVB?

Indien u reeds gebruik hebt gemaakt van de gedeeltelijke vrijstelling van de doorstorting van de bedrijfsvoorheffing op O&O (GVB) – een fiscale stimulans die tot 80% vermindering van de lonen van “Onderzoekers” biedt – dan hebt u ongetwijfeld gemerkt dat deze essentiële regeling een zorgvuldige identificatie van het in aanmerking komende personeel vereist… Toelichtingen

België is de place to be als het gaat om belastingvoordelen voor onderzoek en ontwikkeling (O&O). Een “genereus” fiscaal kader, dat met name is opgebouwd rond de gedeeltelijke vrijstelling van de betaling van de bedrijfsvoorheffing voor onderzoekers (GVB): een belastingvrijstelling die het mogelijk maakt gekwalificeerde onderzoekers in dienst te nemen tegen beperkte kosten. Alleen al tussen 2007 en 2017 zijn de O&O-uitgaven gestegen van 1,84% van het bbp tot 2,58%, oftewel meer dan 11 miljard euro. Dit ligt boven het Europese gemiddelde en dicht bij de 3% die door de Europese Unie is vastgesteld om het onderzoek op het oude continent te stimuleren.

België beschikt over een aantrekkelijk ecosysteem voor innovatieve bedrijven: zijn centrale ligging, hooggekwalificeerd menselijk kapitaal en de aanwezigheid van succesvolle clusters van onderzoeksinstellingen, universiteiten, bedrijven en overheidsinstellingen.

Onderbenutte stimulans!

De GVB is eenvoudig te begrijpen, maar moeilijk toe te passen vanwege bepaalde administratieve lasten en een “vage” interpretatie van de regels. Deze rechtsonzekerheid, in combinatie met de ontwikkeling van de regelgeving, doet gerechtvaardigde twijfels rijzen, onder meer over de toelaatbaarheid van diploma’s. En niet voor niets, afhankelijk van hun “aard”, zullen sommige werkgevers hun O&O-activiteiten in meer of mindere mate moeten verantwoorden. Met name particuliere ondernemingen (met uitzondering van Young Innovative Companies en ondernemingen die samenwerken met de academische sector of een geaccrediteerde instelling): deze moeten voldoen aan strengere toegangsvoorwaarden. Zo kunnen de universiteiten in principe het volledige salaris van de onderzoeker in aanmerking nemen, zonder dat voor deze profielen een diploma vereist is (ondanks de verschillen tussen de belastingdienst en de BELSPO over de begrippen “assistent” of “post-doctoraal medewerker”). De YIC’s krijgen ook flexibiliteit voor hun technisch en ondersteunend personeel. Door niet tot deze “categorieën” van werkgevers te behoren, zal de loonlijst nog zorgvuldiger moeten worden onderzocht.

Artsen, masters & bachelors

De GVB, dat in het begin van de jaren 2000 werd ingevoerd, is daarom een voordelige belastingregeling, die onder meer bestemd is voor ondernemingen die personeel met een master- of doctoraatstitel in dienst hebben dat O&O-projecten of -programma’s uitvoert. Deze vrijstelling is in de loop der jaren geëvolueerd en is sinds 2018 (in twee fasen) uitgebreid tot bepaalde houders van een bachelordiploma.
De GVB betekent een besparing van 25% op de bezoldiging, aangezien slechts 20% van de loonbelasting aan de belastingdienst moet worden afgedragen.

Welke kwalificaties komen in aanmerking?

Doctoraten en masters in exacte of toegepaste wetenschappen; burgerlijk ingenieurs; diploma’s in de geneeskunde, diergeneeskunde en farmaceutische wetenschappen; diploma’s in de industriële en toegepaste biologische wetenschappen; of masters in de architectuur en de agronomie. Anderzijds vallen economen, handelsingenieurs of advocaten niet onder de GVB. Afgestudeerden van het baccalaureaat worden nu (bijna) onder dezelfde voorwaarden toegelaten, mits het een overgangsdiploma betreft of een gelijkwaardig diploma in bepaalde disciplines: van biotechnologie tot gezondheidszorg, industriële wetenschappen en technologie, paramedici, productontwikkeling en computer- of nautische wetenschappen. Deze lijsten zijn niet volledig en verschillen – zij het enigszins – naar gelang van de Gemeenschap (Vlaams en Frans).

Daarom moet worden nagegaan en bevestigd dat het personeel aan onderzoeksprojecten of -programma’s werkt door de exacte hoeveelheid tijd vast te stellen die aan deze O&O-activiteiten wordt besteed en hiervan bewijzen te leveren. Deze verplichting geldt bijvoorbeeld niet voor de academische sector.

Welke bedragen?

De regel is als volgt (sinds 1 januari 2020): de vennootschap is vrijgesteld van het betalen van 80% van de bedrijfsvoorheffing voor artsen, masters en bachelors. Er is een plafond, aangezien de vrijstelling voor houders van bachelordiploma’s beperkt is tot 25% van het totale bedrag van de vrijstelling voor de andere twee soorten diploma’s. Deze limiet wordt verdubbeld als de onderneming wordt erkend als “kleine onderneming”, volgens de definitie van de NBB (minder dan 50 werknemers, een omzet exclusief BTW van minder dan 9 miljoen euro en een balanstotaal van minder dan 4,5 miljoen euro).

Plan, optimaliseer… rechtvaardig!

Het is zaak met de regels te jongleren, zijn loonadministratie perfect te beheersen, zijn O&O-programma’s zo goed mogelijk te organiseren, op de valkuilen te anticiperen en een fiscale structuur op te bouwen rond degelijke documentatie. De onderneming moet kunnen verantwoorden hoeveel tijd haar werknemers aan een bepaald project hebben besteed, volledige timesheets kunnen overleggen, gedetailleerde taakomschrijvingen kunnen geven, bewijs van het vereiste diploma kunnen overleggen, enz. Dit geldt voor elke werknemer, zonder te vergeten de verschillende aangiften van de voorheffing tijdig en naar behoren in te dienen.

In dit doolhof van procedures is gespecialiseerde begeleiding een manier om de winst te optimaliseren en een optimale fiscale toekomst voor te bereiden.

Share This Post

AII Barometer 2022

Dit document, de eerste Europese AII-barometer, informeert u over de redenen van het succes in Europa en de betrokken sectoren.

Verwante artikelen